Acht parken

Nationale parken van Kroatië

Kroatië heeft acht nationale parken, van de watervallen van Plitvice en Krka tot de kale Kornati en de zoutmeren van Mljet. Welke past bij jouw reis?

Nationale parken van Kroatië

Kroatië heeft acht nationale parken en ze lijken onderling nauwelijks op elkaar. Twee draaien om watervallen, twee liggen op zee, twee zitten in de bergen, één is een bebost eiland met zoutmeren en één is een archipel met het safaripark van Tito.

De meeste reizigers zien er één of twee, en bijna altijd zijn dat Plitvice en Krka. Die liggen nu eenmaal het handigst. Het gevolg is dat de andere zes in augustus een verademing zijn, terwijl het bij die twee rond het middaguur vastloopt.

Hieronder staan ze alle acht, met wat je er ziet, hoe je er komt, hoeveel tijd je kwijt bent en wanneer je moet gaan. Daarna volgen de kaartjes, de drukte en een beslisblokje.

ParkRegioDichtstbijzijnde stadTijd nodigBeste maanden
PlitvicemerenLika, binnenlandKarlovac (1 uur)5 tot 7 uurmei, juni, sep, okt
KrkaNoord-DalmatiëSkradin (10 minuten tot de kade)halve tot hele dagapril tot juni, september
KornatiNoord-Dalmatië, zeeVodice (per boot)hele dagmei tot september
PaklenicaVelebit, bij ZadarZadar (45 minuten)halve dag of meerdaagsapril, mei, sep, okt
MljetZuid-Dalmatië, eilandDubrovnik (per boot)1 tot 3 dagenjuni tot september
BrijuniIstrië, eilandenPula (30 minuten)halve dagmei, juni, september
RisnjakGorski kotarRijeka (1 uur)halve tot hele dagjuni tot oktober
Noord-VelebitVelebit, noordSenj (1,5 uur)dag of meerdaagsjuni tot september

Nationaal Park Plitvicemeren

Zestien meren die in trappen in elkaar overlopen, verbonden door honderden watervalletjes en één grote van bijna tachtig meter. Je loopt over houten vlonderpaden die vlak boven het water hangen, met vissen onder je voeten. Het park staat sinds 1979 op de werelderfgoedlijst van UNESCO en is het oudste en drukst bezochte van het land.

Houten vlonderpad dat langs een rustig, groen meer tussen de bomen door slingert

Je komt er vanuit Zagreb in twee uur, vanuit Karlovac in een uur en vanuit Zadar in anderhalf uur. Er zijn twee hoofdingangen, en welke je kiest bepaalt in welke richting je loopt. Bij beide hoort een bootje over het Kozjakmeer en een pendelbus omhoog, allebei bij je ticket inbegrepen. De klassieke ronde kost een uur of vijf.

Ga in mei of juni voor de krachtigste watervallen, of in oktober voor de kleuren. Zwemmen mag hier niet, en dat is geen nieuwe regel: dat verbod bestaat al sinds 2006.

Wat weinig mensen weten is dat het landschap nog groeit. De kalkbarrières tussen de meren worden door mos en algen opgebouwd en komen jaarlijks zo’n centimeter omhoog. Over honderd jaar staat het er dus anders bij.

Nationaal Park Krka

Krka is de waterval die je vanaf de kust in een ochtend doet. Het pronkstuk is Skradinski Buk, een brede getrapte cascade van zeventien treden met oude watermolentjes ernaast. Verder stroomopwaarts liggen het eilandklooster Visovac tussen de cipressen en de waterval Roški Slap, allebei een stuk rustiger.

De brede watervaltrappen van Skradinski Buk in Nationaal Park Krka

Er zijn twee manieren naar binnen. Vanuit Skradin duurt de boottocht met het parkbootje een klein half uur door de groene kloof omhoog, en die boot zit in het seizoen bij je ticket. Vanaf de ingang Lozovac, bij Sibenik, rijd je met de parkbus omlaag.

Reken op drie tot vier uur voor Skradinski Buk alleen, en op een hele dag als je doorvaart naar Visovac en Roški Slap. April tot juni is de beste periode, want dan voert de rivier veel water.

Zwemmen bij Skradinski Buk is sinds 2021 verboden, om de kwetsbare kalkrotsen te sparen. Dat overvalt nog steeds veel mensen die oude foto’s hebben gezien.

Het weetje zit in de stroom. Bij de waterval kwam in 1895 de waterkrachtcentrale Jaruga, een van de eerste ter wereld, waardoor Šibenik een van de eerste steden ter wereld werd met openbare elektrische straatverlichting.

Nationaal Park Kornati

Bijna negentig kale eilanden, eilandjes en riffen, zonder inwoners, zonder zoet water en vrijwel zonder bomen. Wit kalksteen dat recht uit donkerblauw water omhoog komt, met aan de zeezijde de zogeheten kronen, steile wanden die op de hoogste plek ruim tachtig meter boven de golven uitsteken.

Je kunt hier alleen per boot komen. Murter ligt het dichtst bij de eilanden en is de gebruikelijke vertrekhaven, maar ook vanuit Vodice, Šibenik en Zadar gaan er tochten naartoe. Reken op een vaardag van acht tot tien uur, meestal met een lunch aan boord en een paar zwemstops in lege baaien. Vaar je zelf, dan koop je je vergunning vooraf of bij de parkopzichter op het water.

Mei tot september is het seizoen, want buiten die maanden vaart er weinig. Neem meer water en zonnebrand mee dan je denkt nodig te hebben, want schaduw is er niet.

Wat de meeste bezoekers niet doorhebben is dat die lege eilanden privébezit zijn. Ze horen grotendeels toe aan families uit Murter, die er al generaties schapen houden en olijven oogsten. De stapelmuren over de heuvelruggen zijn geen decor, maar afrasteringen die nog in gebruik zijn.

Nationaal Park Paklenica

Twee kloven die vanaf de kust diep het Velebit-gebergte in snijden, Velika en Mala Paklenica. Je begint vlak bij de zee bij Starigrad en loopt in een paar uur een wereld binnen van grindpaden, beukenbos en steile wanden. De bekendste daarvan is Anića kuk, een rotsblok van een paar honderd meter hoog waar klimmers uit heel Europa op afkomen.

De ingang ligt vijfenveertig kilometer ten noorden van Zadar, ongeveer drie kwartier rijden over de kustweg. Voor een wandeling tot aan de berghut heb je een halve dag nodig, voor de druipsteengrot Manita peć iets meer, en wie doorstijgt naar de kam van de Velebit is twee dagen bezig.

Ga in april, mei, september of oktober. In juli en augustus staat de kloof stil van de hitte, en dan loop je beter vroeg in de ochtend.

Het verrassende detail is filmgeschiedenis. In de jaren zestig werden hier grote stukken van de Duitse Winnetou-films opgenomen, met de Velebit als Wilde Westen. Een deel van de Duitse bezoekers komt nog altijd vooral daarvoor, en bij de ingang hangt een bord met de opnameplekken.

Nationaal Park Mljet

Nationaal park Mljet beslaat het westelijke stuk van het eiland Mljet en bestaat uit twee zoute meren die in open verbinding staan met de zee. Doordat het water er ondiep is, warmen Veliko en Malo jezero sneller op dan de zee zelf, en beide liggen verscholen tussen dennenbossen. Op een eilandje midden in het grote meer staat een klooster van benedictijnen uit de twaalfde eeuw, alleen per boot te bereiken.

Het kloostereilandje met zijn stenen toren midden in het Veliko jezero op Mljet

Vanuit Dubrovnik zijn er twee routes: de catamaran die rechtstreeks in het park aankomt bij Polače of Pomena, of de autoveerboot vanaf Prapratno naar Sobra, gevolgd door een uur rijden. Ter plekke is een fiets handig, want rond het grote meer loopt een vlak pad van negen kilometer.

Hier mag zwemmen wel, en dat is precies de reden om te blijven. Eén dag is krap, twee of drie nachten is beter. Juni tot september is het seizoen.

Het weetje schiet weg als je kijkt. In 1910 zijn hier mangoesten uitgezet om de giftige slangen uit te roeien. De slangen zijn verdwenen, de mangoesten niet, en je ziet ze regelmatig over het pad schieten.

Nationaal Park Brijuni

Veertien eilanden voor de kust van Istrië, waarvan je er in de praktijk één bezoekt: Veliki Brijun. Het is het minst wilde park van het land en het vreemdste. Je rijdt er rond in een toeristentreintje langs een Romeinse villa aan de baai van Verige, een olijfboom van ruim zestienhonderd jaar oud die nog vrucht draagt, en een safaripark met nakomelingen van de dieren die staatshoofden ooit aan Tito cadeau deden. Op een paar plekken langs de kust liggen versteende dinosporen in de rots.

Vanuit Pula rijd je in een half uur naar Fažana, en daar ligt de boot. Je kunt hier niet zomaar heen varen: bezoek gaat via een georganiseerde overtocht die je vooraf boekt, en de veerprijs zit bij het toegangsbewijs in. Een halve dag is genoeg, mei, juni en september zijn het prettigst.

Wat bijna niemand weet is hoe onbewoonbaar dit ooit was. De eilanden zaten vol malaria tot de Weense industrieel Paul Kupelwieser rond 1900 de Duitse bacterioloog Robert Koch liet komen, die de ziekte er in een paar jaar uit kreeg. Pas daarna werd Brijuni een badplaats voor de Europese elite.

Nationaal Park Risnjak

Het groene, koele tegenovergestelde van de kust. Risnjak ligt in Gorski kotar, het beboste bergland tussen Rijeka en de Sloveense grens, en is het park waar de Middellandse Zee en de Alpen elkaar raken. Het regent er meer dan bijna overal in Kroatië, en dat zie je aan de dichte sparren- en beukenbossen.

De ingang ligt bij het dorp Crni Lug, ongeveer een uur rijden vanaf Rijeka en anderhalf uur vanaf Opatija. Vanaf daar loopt de Leska-route van ruim vier kilometer, goed te doen met kinderen, en een stevigere klim naar de top van de Veliki Risnjak op 1528 meter. Een tweede bezoekpunt is de bron van de Kupa, een diep blauwgroen karstmeertje.

Juni tot oktober is het seizoen, want tot in het voorjaar kan er sneeuw liggen. Half augustus is het hier flink koeler dan in Dalmatië, en dat alleen al is een reden.

Het park heet naar de lynx, ris in het Kroatisch, maar dat dier was hier begin twintigste eeuw uitgeroeid. Het kwam pas terug nadat er in 1973 lynxen in Slovenië werden uitgezet, die vanzelf deze kant op trokken.

Nationaal Park Noord-Velebit

Het jongste park van het land, pas in 1999 ingesteld, en het leegste. Boven de kust rijst de Velebit in een kale muur omhoog, en daarachter ligt een maanlandschap van kalksteentorens, dolinen en krombos. Het middelpunt is Zavižan op 1594 meter, met het hoogste weerstation van Kroatië en een botanische tuin vol Velebit-planten die nergens anders groeien.

Vanuit Senj rijd je in ongeveer anderhalf uur omhoog via Krasno, waarbij het laatste stuk smal en ruw is. Vanaf Rijeka of Zadar ben je een stuk langer onderweg. Voor een ronde rond Zavižan heb je genoeg aan een dag, maar het park is gemaakt voor langere tochten.

De beroemdste is de Premužićeva staza, een pad van zevenenvijftig kilometer dat tussen 1930 en 1933 met de hand uit droge steen werd gelegd en dwars door onbegaanbaar rotsgebied vrijwel nergens steil wordt.

Onder je voeten zit de echte verrassing. In het streng beschermde gebied van de Hajdučki kukovi ligt Lukina jama, met bijna veertienhonderd meter een van de diepste grotten ter wereld. Bezoeken kun je hem niet, maar je loopt er wel overheen.

Kaartjes, prijzen en drukte

Alle acht parken vragen entree, en de bedragen lopen sterk uiteen. De parken stellen hun tarieven per seizoen bij, soms een paar keer per jaar, dus harde prijzen noemen heeft weinig zin. Als orde van grootte zijn Plitvice en Krka in juli en augustus het duurst, met enkele tientallen euro’s per volwassene, terwijl datzelfde ticket in de winter tot onder een tientje kan zakken. Brijuni zit hoog omdat de boot erbij zit, Mljet ligt ertussenin en de bergparken kosten een paar euro. Kijk vlak voor vertrek op de site van het park.

Plitvice werkt met tijdslots. Je koopt online een kaartje voor een bepaald uur en een ingang, en in de zomer zijn de ochtendslots dagen van tevoren weg. Zonder ticket aankomen is een gok. Bij Krka kun je in de rustige maanden nog aan de kassa terecht, maar ook daar scheelt online kopen een halfuur in de rij.

Het grootste verschil maak je met het tijdstip. De busladingen komen tussen elf en drie, dus wie om acht uur binnen is of pas na vieren aankomt, ziet een ander park. Slaap dus bij het park in plaats van heen en weer te rijden vanaf de kust.

Welk park kies je

  • Met kinderen. Krka, want de afstanden zijn kort, het bootje vanaf Skradin is een uitje op zich en je bent binnen vier uur rond. Plitvice kan ook, maar reken daar op vijf uur lopen. Brijuni werkt voor kleintjes dankzij het treintje en het safaripark.
  • Met weinig tijd. Eén park, niet twee. Zit je in Dalmatië, dan is dat Krka. Kom je aan in Zagreb, dan is Plitvice de logische keuze.
  • Als je wilt wandelen. Paklenica voor kloven en klimwanden, Noord-Velebit voor lange tochten over het Premužić-pad, Risnjak voor bos en koelte. Hier kom je de hele dag nauwelijks iemand tegen.
  • Als je wilt zwemmen. Mljet, want in de twee zoutmeren mag je gewoon het water in. In Krka mag dat sinds 2021 niet meer en bij Plitvice al helemaal niet. Een boottocht door de Kornati levert onderweg wel zwemstops op.
  • Zonder auto. Krka met de bus vanuit Šibenik of Skradin, Brijuni via Pula en Fažana, Plitvice met de lijnbus vanuit Zagreb of Zadar. Voor Risnjak, Paklenica en Noord-Velebit huur je er beter een.
Powered by GetYourGuide

De natuurparken die er vaak mee verward worden

Naast de acht nationale parken heeft Kroatië nog twaalf natuurparken, een aparte en iets minder streng beschermde categorie. Ze zijn meestal goedkoper en vaak rustiger. Biokovo is de bergrug boven Makarska, met een glazen skywalk die honderden meters boven de kust hangt. Telašćica ligt op Dugi otok pal naast de Kornati, met steile kliffen en het zoutmeer Mir erachter, en zit vaak in dezelfde boottocht. Učka is de bergrug achter Opatija, waar je op een heldere dag tot in de Alpen kijkt. Lonjsko polje is een overstromingsvlakte langs de Sava met houten dorpen en de grootste ooievaarskolonie van het land.

De kortste samenvatting is deze. Doe Plitvice of Krka voor de watervallen, en plak er één park aan vast dat er niet op lijkt: de Kornati voor de zee, Mljet om te blijven, Paklenica of Noord-Velebit om te lopen. Dan zie je in zo’n rondreis hoe groot het verschil is tussen de kust, het eilandrijk en het bergland erachter.

Veelgestelde vragen

Plitvice maakt op de meeste bezoekers de grootste indruk, met zestien meren die in trappen in elkaar overlopen. Krka is compacter en makkelijker in te passen als je aan de kust zit. Wil je liever ruimte dan watervallen, dan wint Kornati.
Ja, en dat gebeurt veel. De twee parken liggen ongeveer twee uur rijden uit elkaar. Plan ze alleen niet op dezelfde dag, want dan zit je vooral in de auto. Een nacht in Skradin of bij Plitvice scheelt veel, omdat je dan bij opening al binnen bent.
Bij Skradinski Buk in Nationaal Park Krka mag dat sinds 2021 niet meer, om de kalkrotsen te beschermen. Bij Plitvice is zwemmen al veel langer verboden. Op Mljet mag je wel het water in, in de twee zoutmeren, en op een boottocht door de Kornati wordt onderweg gezwommen.
Voor Krka, Brijuni en Plitvice niet, daar rijden bussen of varen boten naartoe vanuit Skradin, Pula, Zagreb en Zadar. Mljet en Kornati bereik je sowieso per boot. Voor Paklenica, Risnjak en Noord-Velebit is een auto in de praktijk onmisbaar.
De parken passen hun tarieven per seizoen aan, soms een paar keer per jaar. Voor Plitvice en Krka betaal je in juli en augustus per volwassene enkele tientallen euro's, en buiten het seizoen zakt dat naar een fractie daarvan. De bergparken zijn het goedkoopst. Kijk vlak voor vertrek op de site van het park zelf.
Mei, juni, september en begin oktober. De watervallen staan in het voorjaar het krachtigst, het is prettig weer om te lopen en je deelt de loopbruggen met veel minder mensen dan in de hoogzomer. De bergparken zijn pas vanaf juni toegankelijk, want tot laat in het voorjaar kan er sneeuw liggen.
Beeldverantwoording

Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.

x
This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Read our policy here.